Verslag schaaktoernooi open dag Stellingmaand 2013

Uit: CLUBBLAD SCHAAKVERENIGING KROMMENIE KERST 2013

VESTING
Door Cor van Dongen.


Een onalledaagse omgeving voor een – speels – schaaktoernooitje: twee karig
gemeubileerde zaaltjes, voorzien van bijna anderhalve meter dikke, witgekalkte muren
van ongewapend beton, onder een dak van bijna twee meter grind, beton, zand en
mastiek. Vandaag de dag valt het ons moeilijk voor te stellen dat een dergelijke ruimte, met
langs de muren Spartaanse stapelbedden die bedekt waren met strozakken die als matrassen
dienstdeden, het woon- en slaaponderkomen vormde voor twee dozijn soldaten.


Naast de woon- en slaapvertrekken konden de militairen zich vertreden in de kantine, alwaar
versnaperingen én sterke drank, huis-gestookte jenever van de overgebleven aardappelschillen
van het avondeten, vielen te verkrijgen. Drinkwater bestond uit regenwater dat door de zanden
grindlagen op het dak gezuiverd werd en naar reservoirs in de kelders werd geleid.


Een mooi verhaal, is dat van het kanon van het fort. (Bij het woord ‘kanon’ moet ik steevast
aan grootmeester J.H. Donner denken.) Het kanon van het fort stond in een betonnen schacht
opgesteld, die gepantserd was met een 32 centimeter dikke, gietijzeren kraag. Op de schacht
stond een pantserkoepel van 10 cm dik nikkelstaal. Het bereik van het kanon bedroeg een
kilometer; nadat de uitgeschoven vuurmond een schot had afgevuurd, kon men het kanon snel
in de koepel laten wegzakken, vandaar de tot de verbeelding sprekende bijnaam ‘kiekeboekanon’.


Kanon, J.H. Donner?
Laat het me u uitleggen, waarbij ik zo vrij ben een meesterlijke passage uit Donners
toernooiverslag over het Internationale Schaaktoernooi in Havana 1971 te citeren.
[Schaakbulletin nr. 40, februari/maart 1971.]
De persoon van Velimirović is van een klein gebouwde, fretachtige verschijning. Hij heeft de
blik van de jachtluipaard of cheetah in de ogen en zijn korte rukken in het achterhoofd en de
onderkant van de nek, waar deze in de schouders overgaat, zijn tics die een allesverwoestende
agressiviteit verraden. Dit uiterlijk beeld van ongenuanceerde woede wordt nog verhoogd
door een vroegtijdige kaalheid. Hij had op het moment dat deze partij gespeeld werd – in de
derde ronde – zijn beide vorige partijen gewonnen in een moordende stijl. De eerste op
briljante wijze middels een Ben Oni en in de tweede met een volkomen incorrect, ja,
belachelijk stukoffer. Ook had Parma mij nog gewaarschuwd dat hij alles van de Ben Oni
afweet, iets wat ik later in een praatje aan de bar, in een soort ‘Nachmachdeutsch’ geheel
bevestigd vond. Van ’s mans interessante inzichten in deze opening zal ik verderop nog
mededeling doen.


En dan volgt het korte, fameuze, alleszeggende zinnetje van Donner, dat zich muurvast in
mijn schaakgeheugen heeft verankerd: En tegen dit kanon zat ik nu Ben Oni te spelen.
Nooit is het Fort bij Krommeniedijk, onze ludieke locatie voor een zonovergoten schaakdagje
op zaterdag 28 september jl., bij gevechtshandelingen betrokken geraakt. Het fort maakt(e)
onderdeel uit van de Stelling van Amsterdam, de verdedigingslinie rond de hoofdstad.
Bij het naderen van de vijand, zo was althans de bedoeling, kon het gebied rond het fort onder
water worden gezet en de door het water ploeterende tegenstanders onder schot worden
genomen. Tot daadwerkelijke oorlogshandelingen kwam het gelukkig niet; tijdens de Eerste
Wereldoorlog bleef Nederland neutraal. De maximaal 300 manschappen die de vesting
herbergde, hoefden dus nooit in oorlogsactie te komen. Wel heeft inmiddels inundatie diverse
malen plaatsgevonden… tijdens de vogelweekeinden van de afgelopen jaren, in het prille
voorjaar, waarbij duizenden vogels op het plasdrasgebied afkomen om te foerageren.
Tijdens WO II namen de Duitsers hun intrek in het fort. Vermoedelijk diende het complex in
die jaren als opslagplaats voor landmijnen en fungeerde het als kazerne en paardenstal voor de
veldgendarmerie.

Gevechtshandelingen, paardenstal? Man & Paard. Daar kunnen wij als schakers wel wat mee,
zo hadden voorzitter Kees en ik bedacht. We kozen voor een bescheiden opzet tijdens een van
de open dagen van het fort: ’s morgens een viertallenwedstrijd voor basisscholen uit Uitgeest
(het fort staat op grond die toebehoort aan de Gemeente Uitgeest), Krommenie en Assendelft.
’s Middags een soortgelijke opzet voor de clubspelers van alle Zaanse schaakverenigingen.


Uitgangspunt: in ongedwongen sfeer een partijtje spelen in een onalledaagse ambiance.
Helaas lieten school- en seniorenteams van Assendelft het daags van tevoren afweten en daar
ook De Pion en ZSC-Saende niet wensten mee te delen in de feestvreugde, moesten we het
uiteindelijk, zowel ’s morgens als ’s middags, met een schamel kwartet viertallen doen.
De pret was er niet minder om. De kids, die een soort kiekeboe-schaak speelden waarbij de
schaakstukken op het bord razendsnel in het doosje terugkeerden, zagen hun impulsieve gevechtshandelingen op de 64 velden met een excursie door het fort beloond en… met een puntzak met schepsnoep. 

Ook de ouders en begeleiders werden door de vrijwilligers van het fort getrakteerd op een rondleiding; iedereen was vol lof over deze aardige combinatie van schaken en historie. Tijdens de middagsessie streden de viertallen van Krommenie I (Simon Groot, André Breedveld, Jan Schol en Cor van Dongen: zie onze manschappen op bijgaande foto, voor de gelegenheid in het nieuwe clubtenue gestoken) en Het Witte Paard (Chris de Saegher, Jan Rot, Roland van Soest en Robin Mandersloot) om de hegemonie over Krommeniedijk.

Nadat de kruitdampen waren opgetrokken, stond er een 8-8 eindstand op het scorebord. In het belendende zaaltje ging het er in de broederstrijd tussen Krommenie II (Erik Breedveld, Werner Fritz, Ronald Kraakman en Piet Kerssens) en Krommenie III (Anneke Schol, Piet Borgdorff, Lex Goudriaan en jeugdlid Juen Janssen) heel wat minder vredelievend toe. Dat die jongens van het tweede weinig mededogen kenden, a la. Maar dat ze zonder enige gêne alle grand cru’s van de prijzentafel gristen, geeft te denken. Drankdobbers! Mannen, wij willen voortaan best onze aardappelschillen voor jullie bewaren, hoor!


Gelukkig bleef er voor Jan Rot, de éminence grise van het Zaanse schaak, nog een goedgevulde puntzak snoepgoed over, met gifgroene kikkers, felgele apenkoppen, zure lolly’s en eetbare schoolkrijtjes… Op dit ogenblik ontsiert een ongeveer anderhalve decimeter hoge, opstaande kunststof rand rond het fort, de – historische – aanblik. ’t Heeft iets treurigs en
koddigs tegelijk: op deze wijze hoopt men te verhinderen dat de rugstreeppad de komende
winter onder het fort zijn toevlucht zoekt. De rugstreeppad is beschermd, en als-ie d’r zou
zitten, tja, dan mag niet met de werkzaamheden begonnen worden om het fort om te bouwen
tot woon- en werkruimtes voor autisten. Een onzalig plan, hoe verzin je ‘t: huis-vesting (een
aardige woordspeling, al zeg ik ‘t zelf) voor autisten, vanwege de prikkelarme omgeving.
Prikkelvrije ambiance? Had er dan een denksportcentrum van gemaakt!

Website schaakvereniging Krommenie: http://home.versatel.nl/jangrin/